ECLI:NL:CRVB:2011:BU7448

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
9 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2274 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen over een WAO-zaak. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkomt aan het hoger beroep van appellant. Hierdoor bestaat feitelijk geen inhoudelijk geschil meer dat door de Raad moet worden beslecht.

De Raad heeft daarom het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang. Omdat het UWV niet heeft betwist dat aan appellant is tegemoetgekomen, veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met bezwaar, beroep en hoger beroep.

De proceskosten werden begroot op €644 voor beroep en €437 voor hoger beroep, plus reiskosten van €96 en kosten voor het opvragen van medische informatie van €334,30. Van het totale bedrag van €1.511,30 moet €1.081 worden betaald aan de griffier van de Raad. Tevens moet het UWV het door appellant betaalde griffierecht van €142 vergoeden.

De uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in aanwezigheid van griffier M.A. van Amerongen, en uitgesproken in het openbaar op 9 december 2011.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Uitspraak

10/2274 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 24 maart 2010, 09/915,
in het geding tussen
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 9 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.W. Stals, advocaat te Enschede, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Op 13 december 2010 heeft de Raad prof. dr. G. Glas, psychiater, als deskundige benoemd en verzocht appellant te onderzoeken. Deze deskundige heeft met zijn rapportage van 12 mei 2011 aan dit verzoek voldaan.
Het Uwv heeft hierop een gewijzigde beslissing op bezwaar van 18 augustus 2011 genomen.
Bij fax van 31 augustus 2011 heeft mr. Stals namens appellant de Raad verzocht om uitspraak te doen en daarbij het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen tegen de gevraagde proceskostenveroordeling.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad stelt vast dat het Uwv met het besluit van 18 augustus 2011 geheel tegemoetkomt aan het hoger beroep van appellant. Nu er feitelijk tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, moet het hoger beroep niet-ontvankelijk worden verklaard wegens het ontbreken van enig procesbelang.
2.1. Nu het Uwv niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Aangezien het Uwv reeds heeft aangegeven de in bezwaar gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand te vergoeden staat de Raad enkel nog geplaatst voor de in beroep en hoger beroep gemaakte kosten voor verleende rechtsbijstand. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op, € 644,- in beroep en € 437,- in hoger beroep.
2.2. Eveneens komt voor vergoeding in aanmerking de door appellant gemaakte reiskosten en de kosten voor het opvragen van medische informatie. De Raad begroot het totaal van de reiskosten op € 96,- en de kosten voor het opvragen van medische informatie op € 334,30.
2.3. Nu in alle fasen van deze procedure een toevoeging krachtens de Wet op de rechtsbijstand is afgegeven, dient het van het totale bedrag aan proceskosten van € 1.511,30 een bedrag van € 1.081,- te worden betaald aan de griffier van de Raad.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.511,30, waarvan een bedrag van € 1.081,- te betalen aan de griffier van de Raad;
Bepaalt dat het Uwv het door appellant in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 142,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 december 2011.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) M.A. van Amerongen.
KR