ECLI:NL:CRVB:2011:BU7560
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en bevestiging beslissingen over weigering Ziektewet-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Betrokkene ontving een WAO-uitkering die per 7 december 2006 werd ingetrokken na een herbeoordeling door het Uwv, omdat zij geschikt werd geacht voor aangepaste arbeid. Betrokkene stelde zich later ziek met terugwerkende kracht per 7 december 2006 en opnieuw per 10 augustus 2007 wegens vermeende toegenomen beperkingen. De rechtbank oordeelde dat de ziekmelding per 7 december 2006 was, maar gaf geen inhoudelijk oordeel over de geschiktheid voor arbeid op die datum, wat de Centrale Raad van Beroep aanleiding gaf tot vernietiging van die uitspraak.
De Raad stelde vast dat er geen medische informatie was die een verslechtering van de beperkingen eind 2006 en begin 2007 aantoonde. De verzekeringsartsen concludeerden dat betrokkene geschikt bleef voor ten minste één van de functies die in 2006 waren vastgesteld. Betrokkene voerde aan dat haar lichamelijke en psychische klachten waren toegenomen, maar de medische rapporten boden onvoldoende grond voor deze stelling.
Ten aanzien van de ziekmelding per 9 januari 2008 bevestigde de Raad het besluit van het Uwv dat betrokkene geschikt was voor arbeid, ondanks betwisting door betrokkene. De Raad gaf meer gewicht aan de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts dan aan die van de door betrokkene ingeschakelde artsen. De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt deels vernietigd en deels bevestigd.