ECLI:NL:CRVB:2011:BU7788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand vanaf september 2004 en werd onderzocht vanwege vermoedens van fraude. Het Team Fraudebestrijding stelde vast dat appellant niet alle relevante informatie had verstrekt, waaronder het gebruik van een bankrekening op naam van zijn bedrijf, werkzaamheden als chauffeur voor een escortbureau en stortingen op de bankrekening van zijn echtgenote.
Het College van burgemeester en wethouders van Tilburg herzag daarop de bijstand en vorderde een bedrag van bijna €9.237 terug. Na bezwaar en een nieuw besluit werd de terugvordering vastgesteld op €4.955,03. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit laatste besluit ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank de omvang van het geding niet juist heeft vastgesteld door zich alleen uit te spreken over het latere besluit en niet over het eerdere besluit van 20 maart 2008. De Raad vernietigt daarom de uitspraak voor zover het eerdere besluit niet is beoordeeld en verklaart het beroep tegen dat besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen belang meer heeft bij een beoordeling.
De Raad bevestigt dat appellant zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door niet tijdig en uit eigen beweging relevante feiten te melden. Hierdoor was het College bevoegd om de bijstand te herzien en terug te vorderen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak voor zover deze het besluit van 23 oktober 2008 betreft en veroordeelt het College in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 20 maart 2008 wordt niet-ontvankelijk verklaard en de rest van de uitspraak wordt bevestigd.