ECLI:NL:CRVB:2011:BU7801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bij vaststelling bijstand na overlijden uitkeringsgerechtigde
Appellanten, als erfgenamen van hun overleden zoon, maakten bezwaar tegen een besluit van het College over de vaststelling en beëindiging van bijstand aan hun zoon. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellanten geen belanghebbenden zouden zijn. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de appellanten als erfgenamen wel degelijk belanghebbenden zijn bij het besluit.
Desondanks leidt deze vaststelling niet tot een andere uitkomst. Het bezwaar richtte zich op de ingangsdatum van de bijstand, die al eerder was vastgesteld in een besluit van 22 april 2004. De vermelding van die datum in het latere besluit was slechts een herhaling en had geen zelfstandig rechtsgevolg, zodat er geen bezwaar tegen openstond.
De Raad bevestigt daarom de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar door het College en de rechtbank. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank wordt bekrachtigd. Er worden geen proceskosten aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.