ECLI:NL:CRVB:2011:BU8167
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering ondanks bezwaar appellanten
Appellanten ontvingen sinds juli 2008 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College beëindigde de bijstand per maart 2009 en trok deze met terugwerkende kracht vanaf oktober 2008 in, omdat appellanten volgens het College over voldoende middelen beschikten, namelijk inkomsten uit arbeid.
De terugvordering van de bijstandskosten over de periode oktober 2008 tot en met januari 2009 werd door het College gehandhaafd, ondanks het bezwaar van appellanten. De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij in de relevante periode geen inkomsten uit arbeid hadden, zodat de terugvordering onterecht zou zijn.
De Raad oordeelde dat het beëindigings- en intrekkingsbesluit onherroepelijk is en dat het College bevoegd is de gemaakte kosten terug te vorderen. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien en bevestigde het oordeel van de rechtbank. De proceskosten werden niet aan appellanten opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van de bijstandsuitkering en wijst het hoger beroep van appellanten af.