ECLI:NL:CRVB:2011:BU9036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden bij bijstandsherziening
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het College waarbij de bijstand werd herzien en terugvordering werd ingesteld. Het bezwaarschrift bevatte aanvankelijk geen gronden, waarna het College een termijn van twee weken stelde om deze alsnog in te dienen.
Appellant diende de gronden na afloop van deze termijn in, waarna het College het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant dat de termijn later was aangevangen, maar de Raad verwierp dit standpunt.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren omdat appellant niet binnen de gestelde termijn de gronden had ingediend. Het financiële belang van appellant rechtvaardigde geen ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden binnen de gestelde termijn.