ECLI:NL:CRVB:2011:BU9164
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering AOW-pensioenen wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten ontvingen ieder een ongehuwdenpensioen op grond van de AOW. Naar aanleiding van een anonieme melding startte de Sociale verzekeringsbank een onderzoek naar hun woonsituatie, waaruit bleek dat zij vanaf medio juli 2006 een gezamenlijke huishouding voerden. De Svb herzag daarop de pensioenen naar het gehuwdenpensioen en vorderde te veel betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad baseerde zich op verklaringen van appellanten, observaties en gedragingen die duidden op samenwonen en wederzijdse zorg. De Raad verwierp het verweer dat economische en maatschappelijke activiteiten gescheiden waren en dat er geen sprake was van wederzijdse zorg.
De Raad oordeelde dat de herziening van de pensioenen en de terugvordering rechtmatig waren. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening en terugvordering van de AOW-pensioenen bevestigd.