ECLI:NL:CRVB:2011:BU9262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling door UWV
Appellante was administratief medewerker en planner en meldde zich ziek in 1998 vanwege psychische en zwangerschapsgerelateerde klachten. Na een initiële WAO-uitkering van 80-100% werd deze in 2004 herzien naar 15-25%. In 2009 vond een herbeoordeling plaats waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), waarna het UWV haar WAO-uitkering per 24 mei 2009 introk.
Appellante maakte bezwaar met onder meer klachten van moeheid, concentratieproblemen, astmatische klachten en beperkingen in hand- en vingergebruik, en stelde dat een urenbeperking aan de orde was. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige onderschreven de eerdere beoordeling, waarna het bezwaar ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep herhaalde appellante haar gronden, maar de Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, inclusief aanvullend onderzoek naar hand- en polsfunctie en beperkingen bij stressvolle arbeid en astmatische problematiek. Er waren geen medische gegevens die de beoordeling in twijfel trokken. Ook werd geen urenbeperking vastgesteld. De Raad zag geen reden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering van appellante.