ECLI:NL:CRVB:2011:BU9529
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende bewijs woonadres
Verzoeker had een aanvraag om bijstand ingediend en opgegeven dat hij bij zijn broer woonde. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen weigerde de bijstand omdat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hij daadwerkelijk op het opgegeven adres woonde.
De rechtbank had het besluit van het College vernietigd maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. Verzoeker ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat verzoeker onvoldoende bewijs had geleverd van zijn feitelijke verblijf op het adres van zijn broer, onder meer omdat hij geen sleutel had, slechts enkele nachten per week verbleef en weinig persoonlijke spullen had.
De Raad stelde dat het op de aanvrager rust om duidelijkheid te verschaffen over zijn woonadres en dat verzoeker bewust onduidelijkheid had laten bestaan. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.