ECLI:NL:CRVB:2011:BU9860
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontslagambtenaar wegens onvoldoende bewijs plichtsverzuim
Betrokkene, werkzaam als handhaver bij het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, werd geschorst en vervolgens ontslagen wegens vermeend ernstig plichtsverzuim, waaronder bedreiging van een leidinggevende, onrechtmatige raadpleging van vertrouwelijke documenten en het navragen van informatie bij een externe partij.
De rechtbank oordeelde dat niet alle gedragingen voldoende waren bewezen en vernietigde de besluiten tot schorsing en ontslag. Verzoeker stelde dat het vertrouwen in betrokkene was verdwenen en vroeg om een voorlopige voorziening om het ontslagbesluit te handhaven.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bewijs voor de zwaarste straf onvoldoende was en dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het ontslag niet gerechtvaardigd was. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen, waarbij tevens proceskosten aan verzoeker werden opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit wordt afgewezen en verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten.