ECLI:NL:CRVB:2011:BU9865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ZW-uitkering wegens geschiktheid voor functie inpakker
Appellante ontving tot 5 december 2004 een WAO-uitkering en werd daarna geschikt geacht voor de functie van inpakker. Na verschillende ziekmeldingen en klachten, waaronder een toename van depressieve klachten, stelde het UWV bij onderzoek op 18 augustus 2009 vast dat zij niet langer ongeschikt was voor deze functie.
Het UWV trok daarom de ZW-uitkering per 31 augustus 2009 in. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische beperkingen niet zodanig waren dat zij ongeschikt was voor de functie. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat haar psychische toestand was verslechterd.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat de medische gegevens, waaronder rapporten van psychiaters en verzekeringsartsen, geen aanwijzingen bevatten voor een verslechtering die ongeschiktheid zou rechtvaardigen. De functie van inpakker overschrijdt de belastbaarheid niet en de beperkingen waren al in 2008 vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de ZW-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de ZW-uitkering per 31 augustus 2009 wordt bevestigd omdat appellante geschikt is voor de functie van inpakker.