ECLI:NL:CRVB:2011:BU9903

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-4225 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Riphagen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek

Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, viel uit wegens psychische klachten en migraine en ontving een WIA-uitkering. Na een herbeoordeling in 2009 stelde een verzekeringsarts beperkingen vast die leidden tot een berekening van slechts 11,03% verlies aan verdiencapaciteit. Op basis hiervan trok het UWV de uitkering per 1 oktober 2009 in.

Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn psychische beperkingen werden onderschat, maar zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep vonden het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en zagen geen aanleiding de beperkingen in twijfel te trekken. De medische gegevens, waaronder rapporten van huisarts en psychiater, ondersteunden de conclusie dat appellant in staat was tot het verrichten van bepaalde functies.

De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant zijn oude werk niet meer kon doen, maar dat er andere passende functies waren. De Raad vond de toelichtingen van de arbeidsdeskundige toereikend en bevestigde daarom de intrekking van de WIA-uitkering. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen.

Uitspraak

10/4225 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 23 juni 2010, 10/179
(hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 28 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.A.N.H. Verkoeijen, advocaat te Venlo, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2011. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde mr. K. Houtsma, advocaat te Roermond. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. R. Spanjer.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant was laatstelijk werkzaam als tuinbouwmedewerker/tomatensnoeier. Op 4 augustus 2004 is hij uitgevallen met psychische klachten en migraine. In verband hiermee is hij per 2 augustus 2006 in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). In het kader van een herbeoordeling is appellant op 1 juli 2009 onderzocht door een verzekeringsarts die beperkingen vaststelde ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren, aanpassingen aan de fysieke omgevingseisen en werktijden en deze beperkingen vastlegde in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 1 juli 2009. Op basis van deze FML heeft een arbeidsdeskundige functies geselecteerd uit het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en op basis van deze functies het verlies aan verdiencapaciteit van appellant berekend op 11,03%. In overeenstemming hiermee heeft het Uwv bij besluit van 31 juli 2009 de WIA-uitkering van appellant met ingang van 1 oktober 2009 ingetrokken. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar heeft het Uwv bij besluit van 28 december 2009 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig geacht en geen aanknopingspunten gevonden de eindconclusies van de verzekeringsgeneeskundigen in twijfel te trekken. Voorts was de rechtbank van oordeel dat de in het dossier aanwezige gegevens de conclusie kunnen dragen dat appellant in medisch opzicht in staat is tot het vervullen van de geduide functies.
3. In hoger beroep heeft appellant, evenals in beroep, aangevoerd dat zijn psychische beperkingen zijn onderschat. Hij acht zich als gevolg van deze beperkingen volledig arbeidsongeschikt.
4.1 De Raad overweegt als volgt.
4.2. In hetgeen appellant heeft aangevoerd ziet de Raad geen aanleiding anders te oordelen dan de rechtbank heeft gedaan. Appellant is primair onderzocht door een verzekeringsarts die tevens over informatie van de huisarts van 13 april 2009 en van de appellant behandelend psychiater van 20 april 2009 beschikte. De bezwaarverzekeringsarts heeft appellant gezien op de hoorzitting en nieuwe informatie opgevraagd en verkregen van de appellant behandelend psychiater, gedateerd 2 december 2009. Op basis hiervan heeft de bezwaarverzekeringsarts uiteindelijk de door de primaire verzekeringsarts aangenomen beperkingen bevestigd. De Raad ziet in de medische stukken in het dossier geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van de door de (bezwaar)verzekeringsartsen vastgestelde beperkingen. Met betrekking tot de in hoger beroep overgelegde informatie van de huisarts van 2 december 2010 en van de psychiater van 31 augustus 2009 onderschrijft de Raad het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts in diens rapportage van 31 januari 2011 dat er met deze informatie geen nieuwe feiten of omstandigheden worden aangeleverd ten aanzien van de datum in geding.
4.3. De arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant het werk van medewerker tomatenteelt niet meer kan verrichten. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid is gebaseerd op de functies productiemedewerker voedingsmiddelen industrie (sbc-code 111172), inpakker (sbc-code 111190) en samensteller metaalwaren (sbc-code 264140). De door de arbeidsdeskundige gegeven toelichtingen in de rapportage van 24 september 2009 acht de Raad toereikend. Gelet hierop heeft het Uwv terecht de WIA-uitkering van appellant ingetrokken.
5.Uit hetgeen hiervoor onder 4.2 en 4.3 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door J. Riphagen, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2011.
(get.) J. Riphagen.
(get.) G.J. van Gendt.
EK