ECLI:NL:CRVB:2011:BU9954

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
28 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3159 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na verzekeringsgeneeskundig onderzoek

Appellante had aanvankelijk een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die per 25 juni 2007 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Vervolgens kreeg zij een WW-uitkering en later een Ziektewetuitkering na ziekmelding in januari 2009.

Op 7 juni 2009 stelde een verzekeringsarts vast dat de klachten van appellante niet waren toegenomen en dat er geen medische belemmering meer was om arbeid te verrichten. Het Uwv trok daarom per 15 juni 2009 de Ziektewetuitkering in. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten, waaronder rug-, schouder- en psychische klachten, zwaarder mee moesten wegen. Zij bracht nieuwe medische informatie in, maar de Raad volgde het Uwv en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek een juist beeld gaf. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Uitspraak

10/3159 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ‘s-Gravenhage van 21 april 2010, 09/6169 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 28 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. J.P.C.M. van Es, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 november 2011. Voor appellante is mr. Van Es verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.J. Grasmeijer.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Aan appellante was een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Met ingang van 25 juni 2007 is die uitkering ingetrokken onder de overweging dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% was. Met ingang van die datum is appellante in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW).
1.2. Appellante heeft zich op 19 januari 2009 ziek gemeld met toegenomen rugklachten. Aan appellante is een uitkering toegekend op grond van de Ziektewet (ZW). Bij onderzoek van appellante op 7 juni 2009 heeft een verzekeringsarts van het Uwv vastgesteld dat de door appellante naar voren gebrachte lichamelijke en psychische klachten niet anders zijn dan de klachten die bij de beoordeling in het kader van de WAO op 24 april 2007 zijn betrokken. De conclusie was dat er voor appellante per 15 juni 2009 geen medisch objectiveerbare belemmering meer bestond om arbeid te verrichten. Het Uwv heeft bij besluit van 8 juni 2009 aan appellante meegedeeld dat zij vanaf 15 juni 2009 geen recht meer heeft op een ZW-uitkering.
1.2. Bij besluit van 21 juli 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 8 juni 2009, onder verwijzing naar een rapportage van zijn bezwaarverzekeringsarts van 9 juli 2009, ongegrond verklaard.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat uit het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, dat zorgvuldig is geweest, de conclusie kon worden getrokken dat appellante in staat was tot het verrichten van haar arbeid in de zin van één van de in het kader van de WAO-beoordeling als passende arbeid voorgehouden functies.
3. Appellante kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak en meent dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met (de verergering van) haar klachten. Vooral de rugklachten, waarvoor appellante onlangs is doorverwezen naar een neuroloog en de reeds lang aanwezige psychische klachten evenals de hand- en schouderklachten zouden zwaarder moeten wegen dan het Uwv heeft gewogen.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. Voor het toepasselijke wettelijke kader verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.
4.2. Appellante heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat zij na de aangevallen uitspraak werd verwezen naar een neurochirurg en zij heeft informatie ingebracht van een fysiotherapeut, een neuroloog en een orthopedisch chirurg. De Raad volgt het Uwv in de opvatting dat uit deze gegevens niet kan worden afgeleid dat bij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van de medische toestand van appellante op 15 juni 2009 geen juist beeld werd verkregen. De chronische rugklachten van appellante waren bij het Uwv bekend en van schouderklachten was op de datum in geding geen sprake.
4.3. Hetgeen appellante verder in hoger beroep heeft aangevoerd is een herhaling van de in eerste aanleg geformuleerde en door de rechtbank beoordeelde beroepsgronden. De Raad verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank en met haar oordeel dat uit de door appellante in beroep ingebrachte informatie van onder andere haar huisarts en uit de indicatie voor individuele begeleiding en de bekostiging van huishoudelijke verzorging evenmin volgt dat het Uwv op onjuiste gronden tot de conclusie is gekomen dat appellante op 15 juni 2009 weer geschikt was voor de bij de WAO-beoordeling geselecteerde functies.
4.4. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Bij deze uitkomst is er geen ruimte voor toekenning van de gevraagde schadevergoeding.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door M. Greebe, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 28 december 2011.
(get.) M. Greebe.
(get.) L. van Eijndthoven.
NW