ECLI:NL:CRVB:2011:BU9954
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid na verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante had aanvankelijk een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die per 25 juni 2007 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Vervolgens kreeg zij een WW-uitkering en later een Ziektewetuitkering na ziekmelding in januari 2009.
Op 7 juni 2009 stelde een verzekeringsarts vast dat de klachten van appellante niet waren toegenomen en dat er geen medische belemmering meer was om arbeid te verrichten. Het Uwv trok daarom per 15 juni 2009 de Ziektewetuitkering in. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard, en ging in beroep bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar klachten, waaronder rug-, schouder- en psychische klachten, zwaarder mee moesten wegen. Zij bracht nieuwe medische informatie in, maar de Raad volgde het Uwv en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek een juist beeld gaf. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht meer heeft op een Ziektewetuitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.