ECLI:NL:CRVB:2011:BU9960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verdere Ziektewet-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant viel uit wegens rug- en knieklachten en kreeg een WIA-uitkering geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na twee ziekmeldingen vanuit een uitkeringssituatie weigerde het UWV verdere Ziektewet-uitkering. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde na dossieronderzoek, hoorzitting en lichamelijk onderzoek dat appellant geschikt was voor ten minste één functie, namelijk productiemedewerker confectie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat het onderzoek onzorgvuldig was en de geduide functies niet passend. De Raad onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het onderzoek van de bezwaarverzekeringsarts, mede op basis van medische informatie van de huisarts en GGZ.
De Raad verwierp het verweer van appellant dat het onderzoek te beperkt was en dat er sprake was van verdergaande beperkingen. Er was geen nieuwe medische informatie die aanleiding gaf tot twijfel over de zorgvuldigheid van het onderzoek of de conclusie dat appellant geschikt was voor de functie van productiemedewerker confectie.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. De Raad zag geen reden om artikel 8:75 Awb Pro toe te passen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van verdere Ziektewet-uitkering bevestigd.