ECLI:NL:CRVB:2011:BU9968
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewetuitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, meldde zich ziek met spanningsklachten en nek-, hoofd- en schouderklachten. Na medische rapportages en bezwaar tegen intrekking van de Ziektewetuitkering oordeelde de rechtbank dat appellant geschikt was voor zijn werk.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn depressieve stoornis ernstiger was dan erkend, maar kon dit niet met aanvullende medische gegevens onderbouwen. De Raad volgde de onafhankelijke deskundige Rübsaam, die concludeerde dat de depressie licht was en niet tot arbeidsongeschiktheid leidde.
De Raad zag geen bijzondere omstandigheden om van dit oordeel af te wijken en bevestigde het bestreden besluit tot intrekking van de uitkering. Er werden geen proceskosten aan partijen toegewezen.
Uitkomst: De intrekking van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd omdat appellant niet ongeschikt is voor zijn eigen werk.