ECLI:NL:CRVB:2011:BU9983

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-925 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:6 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens reeds bestaande arbeidsongeschiktheid bij aanvang verzekering

Appellant heeft bij het UWV verzocht om terug te komen op een besluit uit 1993 waarin hem een WAO-uitkering werd geweigerd omdat hij bij aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was door tuberculose.

Het UWV heeft in 2009 en 2010 geweigerd dit besluit te herzien, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigden. De rechtbank heeft dit standpunt bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat zijn klachten zijn verergerd en dat hij opnieuw medisch onderzocht had moeten worden. De Raad oordeelt echter dat de overgelegde medische stukken geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden vormen zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb.

Daarom is geen aanleiding voor een nieuw medisch onderzoek en wordt het bestreden besluit bevestigd. Er is geen grond voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat appellant bij aanvang van de verzekering reeds volledig arbeidsongeschikt was.

Uitspraak

11/925 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (Marokko) (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 december 2010, 10/590 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Appellant heeft een nader stuk toegezonden.
Het geding is behandeld ter zitting van 11 november 2011. Appellant is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Visch.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellant heeft het Uwv verzocht om terug te komen van een besluit van 11 juni 1993. Bij dit besluit is geweigerd om appellant in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van (onder meer) de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).
1.2. Deze weigering berustte op de constatering dat appellant als gevolg van tuberculose reeds arbeidsongeschikt was op het tijdstip waarop de WAO-verzekering een aanvang nam, te weten 12 februari 1990. Hierdoor is geen uitkering toegekend.
1.3. Bij besluit van 12 november 2009 heeft het Uwv geweigerd terug te komen van het besluit van 11 juni 1993 omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn gebleken die tot de conclusie kunnen leiden dat appellant - anders dan destijds is vastgesteld - bij de aanvang van de WAO-verzekering wel arbeidsgeschikt was.
1.4.Bij besluit van 20 januari 2010 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Daarbij heeft het Uwv erop gewezen dat het mogelijk is dat appellants gezondheid de laatste tijd slechter is geworden, maar dat dit niet wegneemt dat appellant reeds bij de aanvang van de verzekering volledig arbeidsongeschikt was.
2. De rechtbank heeft zich kunnen verenigen met het bestreden besluit en heeft het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat zijn klachten zijn verergerd en dat hij momenteel volledig arbeidsongeschikt is. Hij meent dat het Uwv hem opnieuw medisch had moeten onderzoeken.
4. De Raad oordeelt als volgt.
4.1. Het geschil is toegespitst op de vraag of er voor het Uwv aanleiding bestond om de weigering in 1993 van de WAO-uitkering opnieuw te bezien.
4.2. De Raad is van oordeel dat de rechtbank de beroepsgronden afdoende heeft besproken en op goede gronden heeft gemotiveerd waarom deze niet slagen. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat de door appellant overgelegde medische stukken niet kunnen worden aangemerkt als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Voor een nieuw (medisch) onderzoek is daarom geen aanleiding.
4.3. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) I.J. Penning.
TM