ECLI:NL:CRVB:2011:BU9988
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Venlo waarin haar bijstand werd herzien en teruggevorderd over de periode van 17 december 2005 tot en met 11 april 2006, vanwege het niet opgeven van een ontvangen TRI-uitkering. Na een tussenuitspraak heeft het College een nieuw besluit op bezwaar genomen, waarbij enkele gebreken van het eerdere besluit zijn hersteld.
De Raad heeft vastgesteld dat het College aannemelijk heeft gemaakt dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden door geen melding te maken van de toegekende TRI-uitkering. Appellante heeft geen bewijs geleverd dat de uitkering niet op haar bankrekening is gestort, ondanks daartoe uitdrukkelijk in de gelegenheid gesteld te zijn.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand te herzien en te verlagen met 25% gedurende een maand vanwege de schending van de inlichtingenverplichting. De mate van verwijtbaarheid rechtvaardigt volgens de Raad geen matiging van de verlaging. Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit wordt gegrond verklaard en vernietigd, terwijl het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond wordt verklaard. Het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 4 maart 2008 wordt gegrond verklaard en vernietigd, het beroep tegen het besluit van 30 mei 2011 wordt ongegrond verklaard.