ECLI:NL:CRVB:2011:BU9993
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft in juni 2004 en juni 2005 auto-ongelukken gehad, met klachten aan nek, rug en rechter lichaamshelft, en een operatie in 2007 aan een neurinoom. Vanaf oktober 2006 meldde hij zich ziek. Het UWV weigerde per 29 september 2008 een WIA-uitkering toe te kennen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat de bezwaarverzekeringsarts een juiste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) heeft opgesteld en dat het rapport van de Ziektewet-arts Kummerling, hoewel afwijkend, niet leidt tot een andere beoordeling. De medische en arbeidskundige gegevens tonen aan dat appellant op de peildatum ten minste één uur aaneengesloten kan zitten.
Ten aanzien van psychische beperkingen concludeert de Raad dat er onvoldoende aanwijzingen zijn voor psychisch disfunctioneren op de peildatum. Latere psychiatrische rapporten zijn niet relevant voor die datum. De functies waarop de arbeidsongeschiktheid is gebaseerd zijn medisch geschikt voor appellant, en de belastbaarheid wordt niet overschreden. De Raad bevestigt daarom dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de weigering van de WIA-uitkering terecht is.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid op 29 september 2008.