ECLI:NL:CRVB:2011:BV0022

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6028 WAJONG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering WAJONG-uitkering wegens juiste vaststelling beperkingen

Appellante had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar per 17 juni 1988 geen WAJONG-uitkering toe te kennen. De rechtbank Utrecht vernietigde het bezwaarbesluit van 13 oktober 2009, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De rechtbank oordeelde dat de beperkingen van appellante voldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en dat zij geen objectieve medische stukken had overgelegd die een andere beoordeling rechtvaardigden.

In hoger beroep betoogde appellante dat het medisch onderzoek onjuist was en dat een nieuw onderzoek had moeten worden gelast. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter de motivering van de rechtbank en het UWV, waarbij ook de arbeidskundige beoordeling volledig was gemotiveerd. De Raad stelde vast dat de belasting van de functies die ten grondslag lagen aan de beoordeling de belastbaarheid van appellante niet overschreed.

Omdat in eerste aanleg reeds een volledig onderzoek had plaatsgevonden, oordeelde de Raad dat een nieuw onderzoek geen toegevoegde waarde zou hebben. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitspraak

10/6028 WAJONG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 23 september 2010, 09/3300 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 23 december 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. B. Anik, advocaat te Bussum, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 november 2011. Appellante heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Anik. Voor het Uwv is verschenen mr. F.A. Put.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij besluit van 13 oktober 2009 heeft het Uwv, beslissend op bezwaar, gehandhaafd zijn besluit van 14 mei 2009 waarin is bepaald dat appellante per 17 juni 1988 niet in aanmerking komt voor een uitkering ingevolge de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit van 13 oktober 2009 gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat hetgeen appellante in beroep heeft aangevoerd niet tot het oordeel kan leiden dat het Uwv het medisch onderzoek niet juist heeft verricht. Met de beperkingen van appellante is in voldoende mate rekening gehouden in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Appellante heeft niet met (geobjectiveerde) medische stukken aangetoond dat zij op de datum hier in geding meer of anders beperkt is dan door het Uwv is aangenomen. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat de aan de schatting ten grondslag liggende functies passend zijn voor appellante, maar omdat pas in beroep een afdoende arbeidskundige motivering is gegeven door het Uwv heeft de rechtbank aanleiding gezien het besluit van 13 oktober 2009 te vernietigen met in standlating van de rechtsgevolgen.
3. In hoger beroep heeft appellante het oordeel van de rechtbank weergegeven in 2 bestreden. Naar haar mening heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat het medisch onderzoek juist is verricht. Daarnaast had de rechtbank volgens appellante de rechtsgevolgen niet in stand moeten laten, maar het Uwv de opdracht moeten geven een nieuw onderzoek te verrichten.
4.1. De Raad komt tot de volgende beoordeling van de aangevallen uitspraak.
4.2.1. De Raad onderschrijft hetgeen de rechtbank heeft overwogen over de verzekeringsgeneeskundige en (de nader aangevulde) arbeidskundige grondslag van het besluit van 13 oktober 2009. De Raad overweegt hiertoe dat appellante in beroep noch in hoger beroep objectieve medische stukken heeft ingediend die haar standpunt dat haar beperkingen niet juist zijn vastgesteld, onderbouwen. De Raad verwijst naar de overwegingen van de rechtbank hieromtrent en maakt deze tot de zijne.
4.2.2. Met betrekking tot de grond van appellante dat de rechtbank niet de rechtsgevolgen in stand had moeten laten en een nieuw onderzoek had moeten gelasten overweegt de Raad als volgt. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat eerst in beroep door de bezwaararbeidsdeskundige een volledige motivering van de signaleringen (ten teken dat er mogelijk een overschrijding van de belastbaarheid is) bij de aan de schatting ten grondslag liggende functies is gegeven. De rechtbank heeft vervolgens terecht overwogen dat de belasting van die functies de belastbaarheid van appellante (zoals weergegeven in de FML) niet overschrijdt. In eerste aanleg lag dus uiteindelijk een volledig onderzoek ter beoordeling voor. Een nieuw onderzoek naar de mate van appellantes arbeidsongeschiktheid op de datum die in dit geding van belang is, had om die reden geen toegevoegde waarde.
5.1. Gelet op hetgeen is overwogen in 4.1. tot en met 4.2.2 treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak dient, voor zover is aangevochten, te worden bevestigd.
5.2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 december 2011.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) I.J. Penning.
EK