ECLI:NL:CRVB:2011:BV0072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door buikklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg. Zowel het medisch als het arbeidskundig onderzoek werden door de rechtbank als zorgvuldig beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen onderschat waren en dat nader onafhankelijk onderzoek ontbrak. Ook stelde hij dat hij de geduide functies niet kon verrichten vanwege medische en opleidingsgerelateerde redenen. De Raad oordeelde dat appellant geen medische of arbeidskundige onderbouwing had geleverd voor deze stellingen en dat het medisch onderzoek adequaat was.
De Raad nam ook kennis van een brief van de huisarts, maar vond deze onvoldoende om het oordeel over de arbeidsongeschiktheid te wijzigen. De arbeidskundige beoordeling dat appellant geschikt was voor bepaalde functies werd bevestigd, ook al werd één functie als ongeschikt beoordeeld vanwege taalvaardigheidseisen. Dit had echter geen invloed op de mate van arbeidsongeschiktheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het besluit van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering, omdat zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.