ECLI:NL:CRVB:2011:BV2906
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging recht op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar recht op ziekengeld met ingang van 27 augustus 2009 te beëindigen. Het bezwaar werd ongegrond verklaard op basis van een rapport van de bezwaarverzekeringsarts, die oordeelde dat appellante niet meer arbeidsongeschikt was. De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de conclusies daarvan als zorgvuldig en juist beoordeelde.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig was, omdat er geen inlichtingen waren ingewonnen bij haar behandelend psychiater. Zij verzocht om inschakeling van een onafhankelijke deskundige. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de rechtbank de gronden van appellante uitvoerig had besproken en gemotiveerd waarom deze niet slaagden. De Raad vond dat de bezwaarverzekeringsarts beschikte over voldoende medische gegevens om tot een zorgvuldig oordeel te komen.
De Raad stelde vast dat appellante geen aanvullende medische informatie had overgelegd die haar standpunt ondersteunde dat zij op de datum in geding meer beperkt was dan het UWV aannam. Daarom zag de Raad geen aanleiding voor het inschakelen van een onafhankelijke deskundige. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld wegens een zorgvuldig medisch onderzoek.