ECLI:NL:CRVB:2012:BV0194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om nabetaling Ziektewet-uitkering wegens niet tijdige ziekmelding
Appellante was werkzaam als administratief medewerkster en had haar dienstverband per 1 juni 1988 op eigen verzoek teruggebracht naar 80% werktijd. Op 3 april 1989 meldde zij zich ziek, waarna zij een uitkering kreeg toegekend op basis van het parttime dienstverband. Later werd vastgesteld dat haar ziektebeeld ook per 1 juni 1988 bestond, waarop een AAW/WAO-uitkering met terugwerkende kracht werd toegekend.
Appellante verzocht het Uwv om nabetaling van een Ziektewet-uitkering over de periode van 4 april 1988 tot en met 3 april 1989. Dit verzoek werd door het Uwv afgewezen omdat zij zich niet tijdig ziek had gemeld, zoals vereist in artikel 38 van Pro de Ziektewet (oud). De rechtbank vernietigde het besluit wegens een procedurele fout, maar handhaafde de inhoudelijke weigering van ziekengeld.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep het oordeel dat appellante zich niet tijdig ziek had gemeld. Het feit dat zij minder ging werken vanwege medische redenen leidde niet tot een geldige ziekmelding. Het Uwv mocht daarom de uitkering weigeren. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om nabetaling van de Ziektewet-uitkering wordt geweigerd wegens niet tijdige ziekmelding.