ECLI:NL:CRVB:2012:BV0198
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering Ziektewetuitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarbij bezwaar tegen terugvordering van ten onrechte betaalde Ziektewetuitkering ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant voerde aan dat hij door een hernia niet in staat was tijdig te reageren, maar ondersteunde dit niet met medische gegevens.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en oordeelde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. De Raad vond geen reden om aan te nemen dat appellant buiten staat was tijdig een beroepschrift in te dienen. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank.
Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst in aanwezigheid van griffier I.J. Penning. De zitting vond plaats op 23 november 2011, waarbij appellant en de vertegenwoordiger van het UWV aanwezig waren.
Uitkomst: Het beroep wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder medische onderbouwing.