ECLI:NL:CRVB:2012:BV0198

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3258 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugvordering Ziektewetuitkering

Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarbij bezwaar tegen terugvordering van ten onrechte betaalde Ziektewetuitkering ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het niet tijdig was ingediend. Appellant voerde aan dat hij door een hernia niet in staat was tijdig te reageren, maar ondersteunde dit niet met medische gegevens.

De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en oordeelde dat de door appellant aangevoerde omstandigheden onvoldoende waren om het verzuim te rechtvaardigen. De Raad vond geen reden om aan te nemen dat appellant buiten staat was tijdig een beroepschrift in te dienen. Daarom bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank.

Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst in aanwezigheid van griffier I.J. Penning. De zitting vond plaats op 23 november 2011, waarbij appellant en de vertegenwoordiger van het UWV aanwezig waren.

Uitkomst: Het beroep wordt bevestigd als niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder medische onderbouwing.

Uitspraak

11/3258 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant] wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zutphen van 20 april 2011, 10/2029 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2011.
Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E.C. van der Meer.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij brief van 11 oktober 2010 is appellant in kennis gesteld van een besluit, waarbij het bezwaar tegen een besluit tot terugvordering van ten onrechte betaalde Ziektewetuitkering, ongegrond is verklaard.
2. Bij faxbericht van 23 november 2010 heeft appellant beroep ingesteld tegen het besluit van 11 oktober 2010.
3. De rechtbank heeft vastgesteld dat de termijn voor het instellen van beroep eindigde op 22 november 2010, zodat het beroep niet tijdig is ingesteld. De door appellant genoemde omstandigheden, hierin bestaande dat hij enkele weken last heeft gehad van een hernia heeft gelegen en niet bij machte was een brief te versturen, waren naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig bijzonder dat die een overschrijding van de beroepstermijn konden rechtvaardigen. Uit hetgeen appellant naar voren heeft gebracht is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gebleken dat hij (geheel) niet in staat is geweest om binnen de gestelde termijn een beroepschrift in te (laten) dienen dan wel ter post te (laten) bezorgen. De rechtbank heeft vervolgens met verwijzing naar artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
4. In hoger beroep heeft appellant zijn standpunt herhaald dat hij de laatste week van de beroepstermijn dermate veel last had van een hernia, dat hij niet in staat was iets zinnigs op papier te zetten.
5. De Raad ziet in de door appellant aangevoerde argumenten, die niet met medische gegevens zijn onderbouwd, evenals de rechtbank geen reden om aan te nemen dat appellant buiten staat is geweest tijdig een, althans voorlopig, beroepschrift te laten indienen. Hetgeen appellant heeft aangevoerd bevat dan ook geen grond waarop redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest. De Raad verenigt zich mitsdien met het oordeel van de rechtbank. Hieruit volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2012.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) I.J. Penning.
JL