ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding Ziektewet
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering met ingang van 18 mei 2009 te beëindigen. Dit bezwaar werd echter na de wettelijke termijn van twee weken ingediend, waarna het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat niet aannemelijk was dat appellant niet in verzuim was.
In hoger beroep handhaafde appellant het standpunt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, onderbouwd met een psychologisch rapport. Tijdens de zitting werd toegelicht dat de afwezigheid van de trajectbegeleidster, die ook de correspondentie verzorgde, de oorzaak was van de te late indiening. De Raad oordeelde echter dat deze nalatigheid voor risico van appellant komt en dat er geen reden is om te concluderen dat appellant niet in verzuim was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.