ECLI:NL:CRVB:2012:BV0200

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1596 ZW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 75k ZWArt. 6:11 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding Ziektewet

Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de Ziektewetuitkering met ingang van 18 mei 2009 te beëindigen. Dit bezwaar werd echter na de wettelijke termijn van twee weken ingediend, waarna het UWV het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond omdat niet aannemelijk was dat appellant niet in verzuim was.

In hoger beroep handhaafde appellant het standpunt dat sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding, onderbouwd met een psychologisch rapport. Tijdens de zitting werd toegelicht dat de afwezigheid van de trajectbegeleidster, die ook de correspondentie verzorgde, de oorzaak was van de te late indiening. De Raad oordeelde echter dat deze nalatigheid voor risico van appellant komt en dat er geen reden is om te concluderen dat appellant niet in verzuim was.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/1596 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem van 12 februari 2010, 09/4760 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 4 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. J. Kluivers, advocaat te Haarlem, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 23 november 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Kluivers en M. Komen, werkzaam bij het Trajectbureau Roads. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.B. Heij.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij brief van 29 juni 2009 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen het besluit van 13 mei 2009 waarbij met ingang van 18 mei 2009 de uitkering van appellant ingevolge de Ziektewet (ZW) is beëindigd. Bij besluit van 18 augustus 2009 (hierna: bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daaraan is het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 17 augustus 2009 ten grondslag gelegd. Deze arts achtte niet aannemelijk dat de te late indiening van het bezwaarschrift op medische gronden verschoonbaar was.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank kan op grond van de in het dossier aanwezige (medische) rapporten niet redelijkerwijs worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.
3. In hoger beroep is door appellant het standpunt gehandhaafd dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding, aangezien appellant gedurende de gehele bezwaartermijn buiten staat is geweest om bezwaar te maken tegen het besluit van 13 mei 2009. Ter staving van dat standpunt is een psychologisch rapport van 29 maart 2010 ingezonden. Het Uwv heeft bij monde van de bezwaarverzekeringsarts een reactie op dat rapport gegeven.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Niet in geschil is en ook de Raad stelt dit vast, dat het bij brief van 29 juni 2009 ingediende bezwaar is gemaakt na de in de artikel 75k van de ZW voorgeschreven termijn van twee weken. Artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
4.2. Desgevraagd ter zitting heeft mevrouw Komen aangegeven dat zij als trajectbegeleidster appellant tevens bijstaat in het verzorgen van zijn correspondentie. Haar afwezigheid wegens ziekte is de werkelijke oorzaak geweest van de te late indiening van het bezwaarschrift. Volgens mevrouw Komen heeft zij het dossier van appellant niet goed aan een collega kunnen overdragen. Bovendien verkeerde zij in de veronderstelling dat de termijn waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt zes weken bedroeg. De Raad ziet hierin geen grond om te concluderen dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest, aangezien de nalatigheid van mevrouw Komen geheel voor zijn risico komt.
5. Gelet op hetgeen hiervoor in 4.1 en 4.2 is overwogen, moet de aangevallen uitspraak worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2012.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) I.J. Penning.
GdJ