ECLI:NL:CRVB:2012:BV0304

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
6 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2181 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na gewijzigde beslissing UWV met proceskostenveroordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht inzake een WIA-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV op verzoek van appellant veroordeeld kan worden tot vergoeding van de schade en proceskosten, conform de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet. De Raad wees het verzoek toe om het UWV te veroordelen tot betaling van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

Verder bepaalde de Raad dat de wettelijke rente voortaan loopt vanaf de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand waarop de periodieke betaling betrekking heeft, om praktische redenen. Ten slotte veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep, begroot op €1.748,-.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

10/2181 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 15 maart 2010, 09/0132 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 6 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. P.A.M.H. van der Laan, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2011.
De Raad heeft het onderzoek heropend omdat een nader onderzoek noodzakelijk was.
Het Uwv heeft op 5 september 2011 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 3 oktober 2011 heeft mr. Van der Laan namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten alsmede het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de schade van appellant.
Het Uwv heeft bericht zich te kunnen vinden in een forfaitaire vergoeding van de proceskosten volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Uit het ingevulde formulier proceskosten van 10 oktober 2011 maakt het Uwv op dat hetgeen gevraagd wordt deze forfaitaire vergoeding niet te buiten gaat.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken aangezien het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 september 2011 geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellant toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen neemt de Raad voortaan, omwille van een praktische en eenvoudige rechtstoepassing, mede gezien het forfaitaire karakter van wettelijke rente, tot uitgangspunt dat de wettelijke rente gaat lopen op de eerste dag van de kalendermaand volgend op de maand (of het andere tijdvak) waarop de periodieke betaling betrekking heeft.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken.
Nu het Uwv bij beslissing van 5 september 2011 reeds heeft meegedeeld de in bezwaar gemaakte kosten te zullen vergoeden, staat de Raad enkel nog voor de beoordeling van de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten.
Deze kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 874,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.748,-.
Voor vergoeding van het in beroep en hoger beroep betaalde griffierecht kan appellant zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de kosten van renteschade als in rubriek II van deze uitspraak is vermeld;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 1.748,-, te betalen door het Uwv aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 6 januari 2012.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) C. Tersteeg.
TM