ECLI:NL:CRVB:2012:BV0770
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinaire maatregel wegens plichtsverzuim door niet-naleving rooster
Appellant was sinds 1998 werkzaam als leraar Frans bij de stichting en was ingeroosterd voor vijf dagdelen per week. Voor het schooljaar 2008-2009 werd appellant voor het eerst ingeroosterd voor zes dagdelen, waaronder dinsdagmiddag, terwijl hij die middag niet beschikbaar was vanwege werkzaamheden bij een andere werkgever, het ROC. Appellant verscheen vanaf september 2008 niet op dinsdagmiddag op school.
De stichting heeft appellant daarop disciplinair gestraft door inhouding van salaris wegens plichtsverzuim. Appellant stelde zich op het standpunt dat hij mocht vertrouwen op zijn eerdere rooster van vijf dagdelen en dat de inroostering op zes dagdelen onredelijk was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad overwoog dat de roosterwijziging niet in strijd was met de toepasselijke CAO en dat appellant geen recht kon ontlenen aan eerdere roosterafspraken. De stichting had voldoende onderbouwd dat de roosterwijziging noodzakelijk was vanwege organisatorische redenen en groei van de school. Pogingen tot overleg met appellant hadden geen oplossing gebracht. Het niet verschijnen op roosteruren was plichtsverzuim en rechtvaardigde de disciplinaire maatregel. De straf was niet onevenredig en de inhouding van salaris was terecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de disciplinaire maatregel van inhouding van salaris wordt bevestigd.