ECLI:NL:CRVB:2012:BV0776

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-5022 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.G. Treffers
  • J.Th. Wolleswinkel
  • W. van den Brink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Regeling functieonderhoud politieArt. 5 Regeling functieonderhoud politieArt. 17, eerste lid, Besluit bezoldiging politieArt. 7:15 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:75 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluiten korpsbeheerder over weigering functieonderhoud praktijkcoach

Appellanten, werkzaam als medewerkers basispolitiezorg bij de politieregio Limburg-Zuid, voerden sinds 2007 werkzaamheden uit als praktijkcoach, een functie gewaardeerd op een hogere salarisschaal maar niet formeel in de formatie opgenomen. Zij verzochten de korpsbeheerder om functieonderhoud door opname van deze werkzaamheden in hun functieomschrijving, welke verzoeken werden afgewezen.

De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, maar in hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat de korpsbeheerder niet in redelijkheid tot weigering van de functiewijziging had kunnen besluiten. De korpsbeheerder had de werkzaamheden ontnomen vanwege onzekerheid over toekomstige instroom van studenten en de wens tot efficiënte bedrijfsvoering, maar deze werkzaamheden werden direct na ontneming aan andere medewerkers opgedragen, die hiervoor waarnemingstoelagen ontvingen.

De Raad concludeerde dat er nog steeds behoefte was aan de praktijkcoachwerkzaamheden en dat de korpsbeheerder de functieaanpassing had moeten toestaan. De bestreden besluiten en de aangevallen uitspraak werden vernietigd. Tevens werd de korpsbeheerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten aan appellanten, en opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitkomst: De bestreden besluiten worden vernietigd en de korpsbeheerder wordt opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

Uitspraak

10/5022 AW
10/5023 AW
10/5024 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant 1], wonende te Hulsberg,
[appellant 2], wonende te Maastricht,
en [appellant 3], wonende te Maastricht, (appellanten)
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 28 juli 2010, 09/2081, 09/2082 en 09/2083 (aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
appellanten
en
de Korpsbeheerder van de politieregio Limburg-Zuid (korpsbeheerder),
Datum uitspraak: 5 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.
De korpsbeheerder heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 november 2011. Appellanten zijn verschenen, bijgestaan door mr. W.J. Dammingh, advocaat. De korpsbeheerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.M. Haagmans.
II. OVERWEGINGEN
1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de Raad uit van de volgende hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellanten zijn allen werkzaam als medewerker basispolitiezorg bij de politieregio Limburg-Zuid (politieregio), aan welke functie salarisschaal 7 is verbonden. Naast onder deze functie vallende werkzaamheden voerden appellanten sedert 2007 werkzaamheden uit als praktijkcoach voor de opleiding PO 2002, welke hun ook waren opgedragen. De functie van praktijkcoach is binnen de politieregio beschreven en gewaardeerd op salarisschaal 8 maar niet in de personeelsformatie opgenomen.
1.2. Bij brieven van 23 februari 2009 onderscheidenlijk 23 maart 2009 hebben appellanten de korpsbeheerder verzocht om functieonderhoud in de vorm van opneming van de werkzaamheden als praktijkcoach in de beschrijving van hun functie.
Bij besluiten van 23 juni 2009 heeft de korpsbeheerder deze verzoeken afgewezen. Bij (nagenoeg) gelijkluidende besluiten van 23 oktober 2009 (bestreden besluiten) heeft de korpsbeheerder na door appellanten gemaakte bezwaren de besluiten van 23 juni 2009 gehandhaafd.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak de beroepen van appellanten tegen de bestreden besluiten ongegrond verklaard.
3. Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd, overweegt de Raad het volgende.
3.1. Tussen partijen is niet in geschil dat geen van de drie in het - in de aangevallen uitspraak weergegeven - artikel 3 van Pro de Regeling functieonderhoud politie (RFP) opgenomen afwijzingsgronden voor de door appellanten ingediende verzoeken hier van toepassing is. De korpsbeheerder is evenwel niet tot aanpassing van de functies van appellanten aan de feitelijk opgedragen werkzaamheden overgegaan maar hij heeft op grond van artikel 5 van Pro de RFP de opdrachten beëindigd om de feitelijke werkzaamheden, voor zover deze wezenlijk afwijken van de functie, te verrichten. Daartoe heeft de korpsbeheerder overwogen dat het onzeker is of de rijksoverheid de politieregio de komende jaren de financiële ruimte zal bieden om ongeveer evenveel studenten voor de opleiding PO 2002 te laten instromen als tot dan het geval was geweest. In de nabije toekomst zal er dus mogelijk minder behoefte bestaan aan de betrokken werkzaamheden van appellanten. Vanuit een oogpunt van efficiënte bedrijfsvoering achtte de korpsbeheerder het daarom niet verantwoord om de functie van praktijkcoach in de formatie op te nemen en die werkzaamheden een structureel karakter te geven.
3.2. De Raad is gebleken dat, zoals appellanten ook hebben aangevoerd, de werkzaamheden als praktijkcoach die appellanten verrichtten, spoedig nadat deze van appellanten waren ontnomen door de korpsbeheerder zijn opgedragen aan andere medewerkers basispolitiezorg van de politieregio. Ter zitting is komen vast te staan dat het daarbij gaat om het totaal van deze voormalige werkzaamheden van appellanten. De Raad leidt hieruit af dat er ten tijde van het nemen van de bestreden besluiten bij de politieregio (nog) zonder meer behoefte bestond aan het verrichten van deze werkzaamheden. De (andere) medewerkers aan wie deze werkzaamheden zijn opgedragen, zijn waarnemingstoelagen toegekend welke blijkens artikel 17, eerste lid, van het Besluit bezoldiging politie worden verleend als bij wijze van waarneming tijdelijk een andere (bestaande) functie wordt uitgeoefend. Onder deze omstandigheden is de Raad van oordeel dat de korpsbeheerder bij afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot weigering van de door appellanten verzochte aanpassing van hun functies heeft kunnen besluiten. De wens van de korpsbeheerder te voorkomen dat de werkzaamheden een blijvend karakter binnen de organisatie zouden verkrijgen kan hieraan niet afdoen. Immers, als de werkzaamheden op enig moment zouden vervallen, staat het de korpsbeheerder vrij om passende maatregelen te nemen, bijvoorbeeld door opheffing van de functie van praktijkcoach.
3.3. Hieruit volgt dat de bestreden besluiten voor vernietiging in aanmerking komen. Dit geldt ook voor de aangevallen uitspraak waarbij deze besluiten ten onrechte in stand zijn gehouden.
3.4. De Raad merkt nog op dat de korpsbeheerder bij het opnieuw in de zaken voorzien, appellanten in de positie moet brengen die zij zouden hebben ingenomen als de korpsbeheerder meteen juiste besluiten op hun verzoeken zou hebben genomen.
4.1. Appellanten hebben verzocht om vergoeding van de kosten in verband met de behandeling van de bezwaren. Nu de korpsbeheerder zijn primaire besluiten van 23 juni 2009 zal dienen te herroepen wegens een aan hem te wijten onrechtmatigheid is er aanleiding de korpsbeheerder op grond van artikel 7:15 in Pro verbinding met artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de kosten van appellanten in bezwaar. Deze kosten worden begroot op € 874,- aan kosten van rechtsbijstand.
4.2. In het vorenstaande vindt de Raad voorts aanleiding de korpsbeheerder op grond van artikel 8:75 van Pro de Awb te veroordelen in de proceskosten van appellanten in beroep tot een bedrag van € 874,- en in hoger beroep tot een bedrag van € 874,-.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Vernietigt de aangevallen uitspraak;
Verklaart de beroepen gegrond en vernietigt de bestreden besluiten;
Draagt de korpsbeheerder op nieuwe besluiten op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
Veroordeelt de korpsbeheerder in de kosten van appellanten in verband met de behandeling van de bezwaren, de beroepen en het hoger beroep tot een bedrag van € 2.622,-;
Bepaalt dat de korpsbeheerder aan appellanten het door hen in eerste aanleg en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 374,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.G. Treffers als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en W. van den Brink als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J. van Dam als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 januari 2012.
(get.) J.G. Treffers.
(get.) J. van Dam.
NK