ECLI:NL:CRVB:2012:BV0818
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing uitkering vervolgingsslachtoffers niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Appellant heeft in 1999 een aanvraag voor een periodieke uitkering op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) ingediend, die werd afgewezen en onherroepelijk werd. In december 2009 diende appellant opnieuw een aanvraag in, opgevat als verzoek tot herziening, welke op 4 augustus 2010 werd afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.
Appellant diende een bezwaarschrift in op 10 december 2010, ontvangen op 16 december 2010, waarmee de wettelijke termijn van zes weken was overschreden. Als reden gaf appellant aan dat het verkrijgen van een getuigenverklaring uit de Verenigde Staten veel tijd kostte. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en het ontbreken van een verschoonbare reden.
De Raad overweegt dat de wettelijke termijn van zes weken is overschreden en dat de opgegeven reden niet voldoet aan de criteria voor verschoonbaarheid volgens artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Verweerder zal nog onderzoeken of appellant in bezwaar nieuwe feiten heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat het bezwaar niet tijdig is ingediend en geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding is aangetoond.