ECLI:NL:CRVB:2012:BV0829
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning vervolgingsslachtoffer op grond van de Wuv
Appellant diende een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), die aanvankelijk in 2003 werd afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat hij vervolging in de zin van de wet had ondergaan. In 2009 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die eveneens werd afgewezen omdat hij geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die aanleiding gaven tot herziening van het eerdere besluit.
De Raad overweegt dat de discretionaire bevoegdheid tot herziening terughoudend moet worden toegepast en dat alleen nieuwe feiten of omstandigheden die het eerdere besluit in een nieuw licht plaatsen tot herziening kunnen leiden. De door appellant aangevoerde gebeurtenissen, zoals het krijgsgevangen zijn van zijn vader, rondzwerven met zijn moeder, het ontwijken van Japanners, verblijf in een kamp zonder gevangenschap, bombardementen en vernederingen door straatjongens, voldoen niet aan de strikte definitie van vervolging in de Wuv.
De Raad erkent de ingrijpende en angstige ervaringen van appellant, maar stelt dat deze niet voldoen aan de wettelijke criteria voor vervolging. Daarom was er geen aanleiding voor een medisch onderzoek. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die aanleiding geven tot herziening van het eerdere besluit.