ECLI:NL:CRVB:2012:BV0830
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheid van 65-80% ondanks bezwaar appellant
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn arbeidsongeschiktheid op 65 tot 80% vast te stellen, met name over de omvang van de urenbeperking en beperkingen in hand- en vingergebruik.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond maar vernietigde het besluit wegens procedurele redenen, waarbij de rechtsgevolgen in stand bleven. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat zijn beperkingen zwaarder gewogen moesten worden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek van de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts voldoende uitvoerig en zorgvuldig was. Er ontbraken objectief-medische onderbouwingen voor een verdere beperking dan reeds vastgesteld. De Raad bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank en het bestreden besluit.
De Raad vond geen aanleiding om aan te nemen dat de belasting van de betrokken functies de toegestane belastbaarheid van appellant overschrijdt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De arbeidsongeschiktheid van appellant wordt bevestigd op 65 tot 80% zonder verdere beperking.