ECLI:NL:CRVB:2012:BV1041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen RDDF-status
Appellante had beroep ingesteld tegen het besluit van de Stichting betreffende de handhaving van de RDDF-status. Tijdens de procedure trok zij haar beroep in. Vervolgens verzocht zij de rechtbank om de stichting te veroordelen in de proceskosten. De rechtbank wees dit verzoek af, omdat er geen sprake was van tegemoetkomen in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad overweegt dat de RDDF-status niet is ingetrokken vanwege de inhoud van de beroepsgronden van appellante, maar door een gewijzigde situatie waardoor appellante kon terugkeren in haar eigen functie. Hierdoor was geen sprake van tegemoetkomen door de stichting.
Het hoger beroep van appellante slaagt niet. De Raad benadrukt dat het verzoek tot proceskostenveroordeling terecht is afgewezen, omdat de intrekking van de RDDF-status niet het gevolg was van de beroepsprocedure maar van externe omstandigheden.
De uitspraak is in het openbaar gedaan en het proces-verbaal is door de griffier en voorzitter ondertekend. Zowel appellante als de stichting werden bijgestaan door gemachtigden tijdens de zitting.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek tot proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.