ECLI:NL:CRVB:2012:BV1315
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- B.J. van de Griend
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tussentijds ontslag ambtenaar wegens ongeschiktheid en onoprechte houding
Appellant was tijdelijk aangesteld als applicatiebeheerder bij de gemeente Leiden en werd tussentijds ontslagen wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid anders dan op grond van ziekten of gebreken. Gedurende zijn dienstverband vertoonde appellant een onoprechte houding, gaf hij onbetrouwbare verklaringen en nam hij niet de normale verplichtingen uit het dienstverband in acht.
Het ontslag volgde na herhaalde verzuimproblemen, onvoldoende communicatie met leidinggevenden en het niet verschijnen op afspraken met de bedrijfsarts. Appellant verhuisde naar het Verenigd Koninkrijk en was nauwelijks telefonisch bereikbaar, wat het vertrouwen in een vruchtbare samenwerking deed vervallen.
De Raad oordeelde dat het college terecht en in redelijkheid van haar bevoegdheid tot ontslag gebruik heeft gemaakt. De toetsing van het ontslag in de proeftijd vereist een minder terughoudende maatstaf, waarbij relevante tekortkomingen en een reële kans om zich te bewijzen centraal staan. Appellant kreeg deze kans niet waar en zijn gedragingen waren onvoldoende.
Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het tussentijds ontslag wegens ongeschiktheid wordt bevestigd.