ECLI:NL:CRVB:2012:BV1425
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn AOW-toekenning
Appellante bereikte in augustus 2003 de pensioengerechtigde leeftijd en diende in december 2009 een aanvraag in voor toekenning van AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar met ingang van december 2008 een AOW-pensioen toe bij besluit van 2 maart 2010. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna haar broer zich als gemachtigde opstelde. Het bezwaar werd bij beslissing van 12 mei 2010 ongegrond verklaard.
Appellante stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken. In hoger beroep voerde appellante aan dat de ernstige gezondheidstoestand van haar broer, die haar vertegenwoordigde, de overschrijding verklaarde. Tevens bracht zij inhoudelijke grieven naar voren.
De Raad stelde vast dat het beroepschrift pas op 28 september 2010 werd ontvangen, terwijl de termijn op 23 juni 2010 was verstreken. De door appellante aangevoerde omstandigheden werden niet voldoende onderbouwd met medische stukken om de overschrijding te verontschuldigen volgens artikel 6:11 Awb Pro. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige verontschuldiging.