ECLI:NL:CRVB:2012:BV1427

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1889 ANW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens niet-ontvankelijkheid bezwaar door termijnoverschrijding

Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van de Sociale verzekeringsbank (Svb) om een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen. Dit bezwaar werd echter te laat ingediend, waarna de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Appellante reageerde niet op het verzoek om opgave van redenen voor de termijnoverschrijding.

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en in hoger beroep heeft appellante medische stukken overgelegd en inhoudelijke gronden aangevoerd. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat de medische stukken niet aantonen dat appellante tijdens de bezwaarperiode niet in staat was het bezwaar tijdig in te dienen.

De Raad concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is op grond van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Tevens wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.

Uitspraak

11/1889 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te Turkije (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 maart 2011, 10/3864 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 20 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2011. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. N. Zuidersma.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 7 februari 2008 heeft de Svb aan appellante geweigerd een uitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) toe te kennen.
1.2. Bij brief van 16 april 2010 heeft appellante een bezwaarschrift ingediend tegen het voornoemd besluit.
1.3. Op de vraag van de Svb op 28 mei 2010 waarom het bezwaar te laat is ingediend heeft appellante niet gereageerd.
1.4. Bij beslissing op bezwaar van 21 juli 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, aangezien het bezwaar te laat is ingediend en appellante niet heeft gereageerd op de vraag naar de reden van termijnoverschrijding.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. In hoger beroep heeft appellante inhoudelijke gronden aangevoerd ten aanzien van het besluit van 7 februari 2008 en heeft zij medische stukken overgelegd.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat het in 1.2 vermelde bezwaarschrift van appellante niet tijdig is ingediend. Tussen partijen is slechts in geschil de vraag of de overschrijding van de bezwaartermijn van 6 weken ingevolge artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verschoonbaar is.
4.2. De Raad is van oordeel dat uit de overgelegde medische stukken niet is gebleken dat appellante gedurende de bezwaarperiode niet in staat is geweest een (voorlopig) bezwaarschrift in te kunnen (laten) dienen. Hetgeen appellante overigens heeft aangevoerd levert geen omstandigheden op die ertoe leiden de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb.
4.3. Uit de overwegingen 4.1 en 4.2 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2012.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) G.J. van Gendt.
KR
III. KARAR
Temyiz Mahkemesi;
Geregini düsündükten sonra,
Temyiz edilen karar onaylar.
isbu karar, kâtibin G.J. van Gendt huzurunda, baskan mr C.W.J. Schoor tarafindan verilip 20.01.2012 tarihinde açikça okunmustur.