ECLI:NL:CRVB:2012:BV1621

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-3363 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV op 3 oktober 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan het in hoger beroep gevraagde. Hierdoor bestond geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.

Appellant verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.

De Raad oordeelde dat het ontbreken van een inhoudelijk geschil leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens gebrek aan procesbelang. Op grond van artikel 8:75 Awb Pro veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €1.311,-, en bepaalde dat het griffierecht van €153,- aan appellant werd vergoed.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.

Uitspraak

11/3363 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 27 april 2011, 11/272 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 20 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R.G. van den Heuvel, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 3 oktober 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 1 november 2011 is namens appellant aan de Raad bericht dat met het besluit van 3 oktober 2011 aan het gevraagde in hoger beroep volledig tegemoet is gekomen en is de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Het Uwv heeft bericht geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad overweegt dat, nu er tussen partijen geen door de Raad te beslechten inhoudelijk geschil meer bestaat, het hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van proces-belang.
2. De Raad ziet aanleiding om op grond van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het Uwv te veroordelen in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. Aangezien het Uwv in de beslissing op bezwaar van 3 oktober 2011 al heeft besloten tot vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten staat de Raad nog ter beoordeling de in beroep en hoger beroep gemaakte proceskosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 437,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.311,-;
Bepaalt dat het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 153,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2012.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.A. Achterberg.
GdJ