ECLI:NL:CRVB:2012:BV1903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning loongerelateerde werkhervattingsuitkering bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid door slaapapneu
Appellant, werkzaam als verpleegkundige, meldde zich ziek vanwege slaapapneu en kreeg van het UWV een loongerelateerde werkhervattingsuitkering toegekend voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (35-80%). Hij maakte bezwaar met het argument dat zijn slaapstoornis volledig en duurzaam arbeidsongeschikt maakte. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank, die het besluit bevestigde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat uit medische rapporten, waaronder die van het slaapcentrum Sein, blijkt dat de behandeling nog niet is afgerond en verbetering mogelijk is. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML), zoals een urenbeperking tot 4 uur per dag en het vermijden van zware fysieke arbeid, zijn voldoende om rekening te houden met de klachten.
De Raad vond de medische onderbouwing voor psychische en energetische klachten summier en volgde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat er benutbare arbeidsmogelijkheden zijn. De geschiktheid van de geduide functies is medisch en arbeidskundig voldoende toegelicht. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de toekenning van de loongerelateerde werkhervattingsuitkering voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.