ECLI:NL:CRVB:2012:BV1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten bij verzoek herziening
Appellant, die in Nederland had gewerkt en vervolgens naar Marokko was vertrokken, verzocht het Uwv om herziening van een eerder genomen besluit tot weigering van een WAO-uitkering. Dit verzoek werd door het Uwv afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij nog steeds ziek was en niet kon werken. De Raad overwoog dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een terugkomen op het eerdere besluit konden rechtvaardigen, zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De door appellant overgelegde medische verklaring betrof alleen de situatie in 2009 en niet de relevante periode rond 1993.
De Raad bevestigde dat het Uwv bevoegd was het verzoek af te wijzen en dat het niet in strijd had gehandeld met rechtsregels of beginselen. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.