ECLI:NL:CRVB:2012:BV1934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering van terugkomen op eerder besluit inzake WAO-uitkering
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 25 januari 2012 uitspraak gedaan in het hoger beroep van appellant, die in Marokko woont. Appellant had eerder een uitkering op basis van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen, maar deze was per 26 januari 1993 beëindigd. Appellant verzocht om herziening van dit besluit, maar het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees dit verzoek af. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit afwijzende besluit ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging.
Tijdens de zitting op 14 december 2011 was appellant niet aanwezig, maar het Uwv werd vertegenwoordigd door mr. H.B. Heij. Appellant stelde dat hij nog steeds ziek was en niet in staat om arbeid te verrichten. De Raad overwoog dat appellant bij zijn verzoek om terug te komen van het eerdere besluit geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangedragen die een herziening konden rechtvaardigen. De Raad verwees naar eerdere uitspraken en concludeerde dat er geen bewijs was van arbeidsongeschiktheid op 29 december 1995.
De Raad oordeelde dat het Uwv bevoegd was om het verzoek af te wijzen op basis van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en dat het Uwv niet onredelijk had gehandeld. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd, en de Raad achtte geen termen aanwezig om een proceskostenvergoeding toe te kennen. De uitspraak werd openbaar uitgesproken en is gedateerd op 25 januari 2012.