ECLI:NL:CRVB:2012:BV2024
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen van besluit Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellante heeft bij het UWV een Wajong-uitkering aangevraagd die aanvankelijk op 20 mei 2005 werd geweigerd omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht. Een latere aanvraag in 2007 werd door het UWV aangemerkt als een verzoek om terug te komen op het eerdere besluit, maar dit verzoek werd geweigerd omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist zouden maken.
Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat het oorspronkelijke onderzoek onvoldoende was geweest en dat haar problematiek, waaronder een zwakbegaafd intelligentieniveau en complexe gedragsproblematiek, onvoldoende was meegewogen. Zij stelde dat zij niet in staat was loonvormende arbeid te verrichten en wees op rapporten van psycholoog, psychiater en trajectbegeleider die haar beperkingen bevestigden.
De rechtbank en de Raad stelden echter vast dat deze problemen reeds bekend waren en bij de eerdere beoordeling waren betrokken. Nadere verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige onderzoeken bevestigden dat er nog steeds voldoende passende functies voor appellante zijn, waardoor haar arbeidsongeschiktheid onder de 25% blijft.
De Raad overwoog dat het beperkte toetsingskader bij herhaalde aanvragen geen aanleiding gaf tot het toewijzen van het verzoek en dat er geen plaats was voor benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om terug te komen op het eerdere besluit wordt bevestigd.