ECLI:NL:CRVB:2012:BV2337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht die zijn beroep tegen een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Maastricht niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding. Het College had de aan appellant verstrekte uitkering ingetrokken en de kosten teruggevorderd.
De Raad stelt vast dat het bestreden besluit op 8 juni 2009 aan appellant is verzonden en ontvangen, terwijl het beroepschrift pas op 22 augustus 2009 is gedateerd en op 26 augustus 2009 bij de rechtbank is ontvangen, wat betekent dat de beroepstermijn van zes weken is overschreden. Appellant voerde aan dat zijn overspannenheid hem verhinderde tijdig beroep in te stellen.
De Raad volgt de rechtbank en concludeert dat uit de medische verklaringen niet blijkt dat appellant gedurende de gehele beroepstermijn niet in staat was om beroep in te stellen of hulp in te schakelen. Bovendien blijkt uit een brief van appellant binnen de beroepstermijn dat hij op de hoogte was van de mogelijkheid en termijn voor beroep. Daarom is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.