ECLI:NL:CRVB:2012:BV3423
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake berekeningsgrondslag uitkering ambtenaar
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van de minister waarin zijn bezwaar tegen de afwijzing van een verzoek tot uitbreiding van zijn arbeidsduur werd ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter van de rechtbank had het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om voorafgaand aan zijn ontslagdatum de gewenste berekeningsgrondslag van zijn uitkering vast te stellen, teneinde het risico op fouten bij een latere herziening te voorkomen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat dit belang onvoldoende was om een spoedeisend belang aan te nemen.
Er was geen sprake van een financiële noodsituatie die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Daarom werd het verzoek afgewezen. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak bevestigt dat een louter administratief belang onvoldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening bij bestuursrechtelijke geschillen over ambtenarenrechtelijke uitkeringen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.