ECLI:NL:CRVB:2012:BV3815
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvolledige informatie over woonsituatie
Appellant vroeg op 12 augustus 2009 bijstand aan en gaf daarbij op een kamer te huren op een adres in Amsterdam. Het College van burgemeester en wethouders voerde een onderzoek uit, waaronder een onaangekondigd huisbezoek op 25 augustus 2009, waarbij appellant niet werd aangetroffen. Tijdens een gesprek op 26 augustus 2009 gaf appellant aan slechts enkele dagen per maand op het opgegeven adres te verblijven en weigerde hij duidelijkheid te verschaffen over zijn overige verblijfplaatsen.
Het College wees de aanvraag bij besluit van 1 september 2009 af wegens onvolledige informatie over de woonsituatie, wat de vaststelling van het recht op bijstand onmogelijk maakte. Het bezwaar hiertegen werd op 20 oktober 2009 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam bevestigde dit oordeel in maart 2010.
In hoger beroep betoogde appellant dat hij wel correcte en volledige informatie had verstrekt. De Raad overwoog dat de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en dat de aanvrager verplicht is juiste en volledige informatie te geven. Gezien de weigering van appellant om mee te werken aan het onderzoek en het ontbreken van duidelijkheid over zijn verblijfplaatsen, concludeerde de Raad dat appellant tekort was geschoten in zijn medewerkingsplicht. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd.