ECLI:NL:CRVB:2012:BV3883
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Weigering langdurigheidstoeslag wegens detentie en arbeidsinschakeling
Appellant ontving sinds 1997 bijstand en was van 29 november 2007 tot 24 april 2008 gedetineerd, waarna hij opnieuw bijstand ontving. Hij vroeg langdurigheidstoeslag aan, maar deze werd geweigerd omdat hij tijdens detentie onvoldoende zou hebben geprobeerd arbeid te verkrijgen en te aanvaarden. Het College baseerde dit op een beleidsregel die stelt dat gedetineerden verwijtbaar onvoldoende hebben geprobeerd arbeid te verkrijgen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat tijdens detentie geen arbeidsverplichtingen golden en dat het niet redelijk is om van een gedetineerde te verlangen dat hij tijdens detentie actief solliciteert. Bovendien was appellant na detentie vrijgesteld van arbeidsverplichtingen vanwege therapie.
De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit handhaafde en draagt het College op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de mogelijkheid van toekenning van langdurigheidstoeslag na detentie moet worden onderzocht. Tevens dient het College een beslissing te nemen over de gevraagde schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit tot weigering van langdurigheidstoeslag en draagt het College op een nieuw besluit te nemen.