ECLI:NL:CRVB:2012:BV6604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Weigering herziening WAO-uitkering wegens overschrijding termijn van vijf jaar
Appellant ontvangt sinds 1985 een WAO-uitkering, die in 2000 voor het laatst werd herzien tot een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. In 2004 werd de uitkering tijdelijk geschorst vanwege een onderzoek naar arbeidsongeschiktheid, waarna werd vastgesteld dat de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd bleef. Appellant meldde in 2009 een toename van arbeidsongeschiktheid door een operatie.
Het UWV weigerde de uitkering te herzien omdat de toename van arbeidsongeschiktheid niet binnen vijf jaar na de laatste toekenning of herziening lag, zoals vereist in artikel 39a, eerste lid, van de WAO. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de schorsing van de uitkering in 2004 geen herziening van het recht op uitkering betekende, en dat de laatste herziening in 2000 plaatsvond. Hierdoor was de termijn van vijf jaar voor herziening verstreken toen appellant in 2009 een toename meldde. Het beroep van appellant werd daarom verworpen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering wordt geweigerd omdat de toename van arbeidsongeschiktheid niet binnen vijf jaar na de laatste herziening plaatsvond.