ECLI:NL:CRVB:2012:BV6844

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-4140 WSF
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1.5 Wsf 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging omzetting studiefinanciering naar thuiswonende norm wegens adresafwijking

Appellant had een studiefinancieringsbeurs toegekend gekregen volgens de norm voor uitwonende studenten. De Minister constateerde dat het door appellant opgegeven woonadres afweek van het adres in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA). Ondanks meerdere waarschuwingsbrieven heeft appellant nagelaten deze afwijking te corrigeren.

De Minister besloot daarom de beurs met terugwerkende kracht om te zetten naar de norm voor thuiswonende studenten. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de Minister ongegrond werd verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit en verklaarde het beroep ongegrond.

In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet duidelijk was geïnformeerd over de noodzaak om het adres aan de Minister door te geven en dat de termijn voor omzetting onredelijk lang was. De Raad oordeelde dat de termijn van vier weken niet onredelijk was en dat appellant voldoende was gewaarschuwd. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Hoger beroep wordt afgewezen en de omzetting van de beurs naar de thuiswonende norm bevestigd.

Uitspraak

11/4140 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 31 mei 2011, 10/208 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (Minister).
Datum uitspraak: 24 februari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
De Minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2012. Appellant heeft zich laten bijstaan door zijn vader, de heer [naam vader] De Minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. E.H.A. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1. Per 1 januari 2010 is de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) in rechte opgevolgd door de Minister. In deze uitspraak wordt onder de Minister tevens verstaan de IB-Groep.
2.1. Bij brieven van 14 november 2009 heeft de Minister aan appellant medegedeeld dat in oktober 2009 is geconstateerd dat het woonadres dat hij aan de Minister heeft opgegeven [adres 1] te [gemeente 1]) afwijkt van het adres waarop zij in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (GBA) staat ingeschreven ([adres 2] te [gemeente 2]). Vermeld is daarbij dat indien appellant haar (nieuwe) woonadres nog niet heeft doorgegeven aan de gemeente, dit binnen vier weken alsnog moet gebeuren. Verder is vermeld dat indien het woonadres dat aan de Minister is doorgegeven niet (meer) juist is, appellant dat ook alsnog binnen vier weken door moet geven. Appellant is in die brief gewaarschuwd dat indien hij de afwijking tussen beide adressen niet binnen vier weken ongedaan maakt, de hem toegekende beurs naar de norm voor een uitwonende studerende vanaf oktober 2009 wordt omgezet in een beurs naar de norm voor een thuiswonende studerende.
2.2. De Minister heeft bij besluit van 15 januari 2010 de aan appellant toegekende beurs naar de norm voor een uitwonende studerende met ingang van november 2008 omgezet in een beurs naar de norm voor een thuiswonende studerende. Overwogen is daartoe dat appellant heeft nagelaten de afwijking tussen het aan de Minister opgegeven woonadres en het adres waarop hij in de GBA ingeschreven staat ongedaan te maken.
2.3. Bij besluit van 15 maart 2010 (bestreden besluit) heeft de Minister onder verwijzing naar artikel 1.5 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000), zoals deze gold ten tijde van belang, het bezwaar van appellant tegen het besluit van 15 januari 2010 ongegrond verklaard.
3. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat het niet adequaat reageren op de waarschuwingsbrieven van 14 november 2009 voor appellants rekening dient te komen. Gesteld noch gebleken is dat appellant (een van) de waarschuwingsbrieven niet heeft ontvangen. Niet is gebleken dat appellant daarvan geen verwijt kan worden gemaakt.
4. In hoger beroep heeft appellant zich op het standpunt gesteld dat hem is voorgehouden dat het doorgeven van het adres aan de gemeente voldoende was. Voorts is appellant de noodzaak tot het doorgeven van het nieuwe adres aan de Minister uit de door de Minister verzonden waarschuwingsbrieven niet duidelijk geworden. Ten slotte heeft appellant aangevoerd dat, zo begrijpt de Raad, de gehanteerde termijn alvorens tot omzetting van de uitwonende beurs in een thuiswonende beurs is besloten onredelijk lang is.
5. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
5.1. Voor zover hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd een herhaling is van hetgeen hij in beroep naar voren heeft gebracht, ziet de Raad geen reden anders over deze gronden te oordelen dan de rechtbank bij de aangevallen uitspraak heeft gedaan. De Raad voegt hieraan nog het volgende toe.
5.2. Met betrekking tot de omzettingstermijn, welke volgens appellant te lang is geweest, wijst de Raad op zijn uitspraak van 26 juni 2009, LJN BJ1650, waarin is overwogen dat een periode van vier à vijf weken die is genomen om tot omzetting over te gaan niet onredelijk lang is. In de onderhavige procedure heeft de Minister na afloop van de in de brieven van 14 november 2009 genoemde periode van vier weken niet getalmd in de besluitvorming, nu hij op 15 januari 2010 het omzettingsbesluit heeft genomen.
5.3. Gelet op het vooroverwogene slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
6. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2012.
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) I.J. Penning.
KR