ECLI:NL:CRVB:2012:BV6872
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering huishoudelijke hulp wegens verblijf buiten gemeente
Appellant had een voorziening voor hulp bij het huishouden toegekend gekregen voor de periode van 27 maart 2008 tot en met 25 maart 2009. Het college trok deze voorziening in voor de periodes 22 september 2008 tot en met 17 november 2008 en vanaf 14 februari 2009, omdat appellant volgens het college zijn hoofdverblijf buiten de gemeente had.
De rechtbank stelde vast dat appellant zich op 22 september 2008 had uitgeschreven uit de gemeente vanwege een vertrek naar Suriname en zich pas op 18 november 2008 opnieuw had ingeschreven. Vanaf 14 februari 2009 stond appellant ingeschreven in een andere gemeente. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij in de betreffende perioden zijn hoofdverblijf binnen de gemeente had, ondanks zijn stellingen en het feit dat het pgb was besteed aan hulp in de woning waar zijn gezin verbleef.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het college terecht mocht aannemen dat appellant zijn hoofdverblijf buiten de gemeente had en daarom de voorziening mocht intrekken en het pgb terugvorderen. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de voorziening en terugvordering van het pgb bevestigd.