ECLI:NL:CRVB:2012:BV7301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing recht op ziekengeld wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft na ontvangst van een werkloosheidsuitkering zich ziek gemeld bij het UWV met ingang van 10 juli 2008. Het UWV heeft dit verzoek afgewezen omdat niet aannemelijk is gemaakt dat appellant ongeschikt was tot het verrichten van arbeid in die periode. Appellant verbleef in Ghana van mei 2008 tot mei 2009.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit van het UWV ongegrond, mede op basis van een rapport van een bezwaarverzekeringsarts waarin werd vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren voor arbeidsongeschiktheid. De verklaring van het MAB Medicare Centre vermeldde wel klachten, maar geen afwijkende medische bevindingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en acht het rapport van de bezwaarverzekeringsarts voldoende onderbouwd, ondanks dat deze appellant niet persoonlijk heeft gezien. Appellant heeft geen aanvullende gegevens aangeleverd die het oordeel van de arts tegenspreken.
De Raad oordeelt dat eventuele resterende twijfel voor risico van appellant blijft en bevestigt daarom de aangevallen uitspraak. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op ziekengeld wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid vanaf 10 juli 2008.