ECLI:NL:CRVB:2012:BV7370
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herhaalde aanvraag vrijwillige AOW-verzekering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had in 2004 een aanvraag ingediend voor toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) en de Algemene nabestaandenwet (Anw). Deze aanvraag werd in 2005 door de Sociale verzekeringsbank (Svb) afgewezen omdat deze niet binnen een jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend. Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
In 2009 verzocht appellant de Svb om terug te komen op het eerdere besluit, wat werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Ook het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, omdat de aanvraag geen nieuwe feiten bevatte en de Svb redelijk had gehandeld.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank bevestigd. De Raad overwoog dat nieuwe feiten alleen in aanmerking komen als deze uiterlijk in de bezwaarprocedure zijn ingebracht. De door appellant aangevoerde nieuwe feiten in hoger beroep blijven buiten beschouwing. Ook werd vastgesteld dat de rechtbank Amsterdam bevoegd was, ondanks dat de rechtbank ’s-Gravenhage het beroep behandelde.
De Raad concludeert dat de Svb terecht gebruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid om de herhaalde aanvraag af te wijzen en dat appellant geen gegronde redenen heeft gegeven om het eerdere besluit te herzien. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herhaalde aanvraag wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.