ECLI:NL:CRVB:2012:BV7525
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering ondanks klachten en chronische vermoeidheid
Appellant ontving een Ziektewetuitkering na ziekmelding vanwege lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na onderzoek dat de klachten niet waren toegenomen sinds de WAO-beoordeling in 2003 en beëindigde de uitkering per 2 oktober 2009. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn combinatie van klachten, waaronder ernstige slaapproblemen en chronische vermoeidheid, hem ongeschikt maakte voor de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en verwierp het verzoek tot nader medisch onderzoek. In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe objectieve medische gegevens in die twijfel konden zaaien over de beperkingen zoals vastgesteld door het UWV. De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst uit 2003 adequaat waren meegenomen.
De psychische klachten werden als niet arbeidsongeschikt makend beoordeeld, mede omdat de geduide arbeid mentaal laagbelastend is. De chronische vermoeidheid werd niet bevestigd door de bezwaarverzekeringsarts en de door appellant ingebrachte longartsrapportage bood geen voldoende aanknopingspunten om van een andere belastbaarheid uit te gaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering en wijst het hoger beroep af.