ECLI:NL:CRVB:2012:BV7527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen arbeid
Appellante, werkzaam als tuinbouwmedewerkster, ontving een Ziektewetuitkering wegens reumatische en psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsartsen van het UWV werd geconcludeerd dat zij weer geschikt was voor haar eigen arbeid. Het UWV beëindigde daarom haar uitkering.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar klachten niet waren verminderd en dat het UWV-onderzoek onzorgvuldig was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellante ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante geen wezenlijk nieuwe feiten had ingebracht en volgde de eerdere medische beoordelingen. De klachten waren verminderd, psychische problemen waren opgelost, en de reumatische aandoening vormde geen belemmering voor haar functie. Ook de arbeidsdeskundige bevestigde dat haar werkzaamheden binnen haar mogelijkheden vielen.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.