ECLI:NL:CRVB:2012:BV7588
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluiten en kent WAO-uitkering toe wegens ontoereikende medische grondslag
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep behandeld van appellante tegen besluiten van het UWV die haar WAO-uitkering introkken en vervolgens herbeoordeelden. De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit, maar dit was volgens de Raad gebaseerd op een ontoereikende medische grondslag.
De Raad oordeelde dat de praktische schatting van gerealiseerde verdiensten niet gehandhaafd kon blijven en dat de theoretische schatting moest worden toegepast. Uit het rapport van de bezwaararbeidsdeskundige bleek dat onvoldoende functies konden worden geduid, waardoor appellante recht heeft op een WAO-uitkering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en bepaalde dat appellante met ingang van 21 november 2007 recht heeft op deze WAO-uitkering. Tevens werd het onderzoek heropend om een nadere uitspraak te doen over het verzoek van appellante om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Appellante krijgt een WAO-uitkering toegekend van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid vanaf 21 november 2007 en het UWV-besluit wordt vernietigd.